Federale regering trekt hard aan de kar tegen discriminatie van LGBTQI+-personen

Elke dag opnieuw wordt in ons land minstens één iemand geconfronteerd met discriminatie omwille van wie hij of zij liefheeft. Vandaag zet de federale regering daar een krachtig antwoord tegenover: een gericht pakket maatregelen dat prioriteit geeft aan veiligheid, gezondheid en de aanpak van haatspraak. Dit plan is de federale bijdrage aan het bredere interfederaal LGBTQI+-actieplan dat op 18 mei van dit jaar samen met de gemeenschappen en gewesten werd gelanceerd. 

Sterke score, maar geen ruimte voor zelfgenoegzaamheid 

België behoort tot de Europese top: met 85% in de ILGA-Europe Rainbow Map 2026 staat ons land in de kopgroep, na Spanje, Malta en IJsland, op gelijke hoogte met Denemarken. Een score waar we trots op mogen zijn. Maar cijfers op papier zijn geen garantie voor een veilig leven. ILGA is duidelijk: België stagneert, en dat merk je in het dagelijkse leven. Slechts 14% van de LGBTQI-personen die het slachtoffer worden van een aanval, stapt naar de politie. Middenveldorganisaties melden een toename van geweld: hinderlagen via datingapps, aanvallen op LGBTQI+-ontmoetingsplaatsen, pesterijen op de werkvloer, desinformatiecampagnes op sociale media. Ook in de rechtbank en in de actualiteit is de realiteit voelbaar: van veroordelingen na homofobe hinderlagen tot een aanval op Rainbowhouse in Verviers en online bedreigingen tegen publieke figuren zoals toptennisster Greet Minnen. 

De cijfers van Unia bevestigen dat beeld keihard. In 2025 kreeg Unia 311 meldingen op basis van seksuele oriëntatie. Dit is bijna elke dag één. Van die meldingen leidden er 151 tot een dossier, dat is bijna de helft.  Dat is geen toeval, zegt Unia: het wijst op de ernst van de feiten. Van de 142 afgesloten dossiers ging 4 op de 10 over strafbare feiten zoals slagen en verwondingen of intimidatie, ging 39% over discriminatie op het werk, op de woningmarkt, en ging 22% over regelrechte haatspraak: aanzetten tot haat, beledigingen, bedreigingen. 

“Achter elk van die cijfers zit een mens die zich op een bepaald moment niet veilig voelde om zichzelf te zijn,” zegt Beenders. “Dat nemen we niet langer voor lief. Een sterke score in een Europese ranking is mooi maar helpt niemand vooruit die thuis bang is om zijn of haar partner een hand te geven, of die online wordt overspoeld met haat. Daarom moeten we meer doen.” 

Nultolerantie voor haatspraak, ook online 

Haatspraak verspreidt zich vandaag sneller dan ooit en raakt mensen dieper dan ooit. ILGA is helder in zijn aanbevelingen aan België: versterk het wettelijk en beleidsmatig kader tegen haatspraak en haatmisdrijven, met expliciete aandacht voor seksuele oriëntatie, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken. Precies daarom maakt de federale regering van de aanpak van geweld en haatspraak, offline én online, een absolute prioriteit. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat wie haat zaait niet ongestraft blijft, en dat slachtoffers eindelijk gemakkelijker de weg vinden naar hulp en bescherming. “Wie haat verspreidt mag daar niet langer mee wegkomen. Vandaag durft amper 1 op de 7 slachtoffers naar de politie te stappen”, zegt Rob Beenders.  

Vorige maand nog hebben we de bevoegdheid van de Ombudsdienst voor Telecommunicatie uitgebreid, zodat de identiteit van de daders bezorgd kan worden aan de slachtoffers voor verdere opvolging. Op deze manier wordt pesten, belaging, stalking… via platformen zoals WhatsApp, Messenger, Instagram en Snapchat aangepakt en blijven daders niet in de anonimiteit.   

Veilig en gezond kunnen zijn wie je bent 

Een van de speerpunten van het federale pakket is gezondheid. Iedereen heeft recht op zorg zonder zich te moeten verantwoorden voor wie hij of zij is. Nochtans blijkt uit onderzoek dat net de zorg een van de plekken is waar trans en non-binaire personen het vaakst discriminatie ervaren, samen met online omgevingen en de arbeidsmarkt. Daarom trekken we nadrukkelijk de kaart van veilige en inclusieve zorg, waarin LGBTQI+-personen zonder drempels terechtkunnen. Daarnaast gaat de federale Regering tegen 2030 onderzoeken of de wetgeving aangepast moet worden zodat iedereen bloed kan doneren.   
Daarnaast komt er een mensenrechten gebaseerd medisch protocol voor de zorg aan personen met variaties in geslachtskenmerken (intersekse), zodat behandelingen nooit meer gebeuren zonder de uitdrukkelijke en geïnformeerde toestemming van de betrokkene zelf. 

Kwaliteit boven kwantiteit 

De federale bijdrage is bewust compact gehouden: 28 gerichte maatregelen die uitvoerbaar zijn en meteen inspelen op wat vandaag het hardst nodig is. Ze reiken verder dan gezondheid en haatspraak alleen: van de federale politie en Justitie, over Buitenlandse Zaken en Digitalisering, tot Infrabel, de NMBS en de federale gebouwen. Overal moet hetzelfde signaal doorklinken: veiligheid, respect en gelijke behandeling, ongeacht wie je liefhebt of hoe je jezelf bent. 

“Rechten moeten voelbaar zijn in het dagelijkse leven van mensen,” schrijft Beenders in het voorwoord van het actieplan. “Wetgeving blijft essentieel, maar moet worden aangevuld met concrete maatregelen die mensen ook in hun dagelijkse leven vooruithelpen. We kiezen voor maatregelen die het verschil maken. Dit is wat mensen van ons mogen verwachten.” 

Een gedeelde ambitie, samen met alle overheden 

Deze federale bijdrage past in het bredere Interfederaal LGBTQI+ Actieplan 2026-2030, dat op 18 mei werd voorgesteld door de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten samen. Voor het eerst werken alle overheden in ons land vanuit één gedeeld kader, met respect voor ieders eigen bevoegdheden, aan hetzelfde doel: een samenleving waarin niemand zichzelf moet verbergen om veilig te zijn. 

Het dossier wordt nog vóór het zomerreces aan de regering voorgelegd, met de bedoeling de uitvoering vanaf september op te starten.  

“Wij blijven bouwen aan een België waarin iedereen ongeacht de seksuele geaardheid, genderidentiteit of geslachtskenmerken vrij, veilig en waardig kan leven”, besluit Rob Beenders.